Uit “De Zes“, driemaandelijks tijdschrift voor Vlamingen in de zes en sympathisanten elders:
- De taalgrens is een historisch compromis tussen Vlamingen en Franstaligen, dat in de jaren zestig van de vorige eeuw met een grote meerderheid in het Belgische parlement werd goedgekeurd. Dat gebeurde niet zomaar, maar was o.a. gebaseerd op studies van het ‘Harmelcentrum’. Het toekennen van faciliteiten in zes Vlaamse gemeenten rond Brussel werd toen als een zware Vlaamse toegeving aangezien. Enkele gemeenten in Waals-Brabant hebben het voorstel om ook faciliteiten in te voeren toen trouwens radicaal afgewezen.
- Het is goed eraan te herinneren dat de vraag om tot homogeen ééntalige taalgebieden te komen, met uitzondering van het tweetalige hoofdstedelijke gebied, een eis was van de Franstaligen. Zij vreesden dat de duizenden Vlaamse migranten in Wallonië taalrechten zouden krijgen.
- Het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest (19 gemeenten) is nu reeds het gevolg van een lange reeks overhevelingen van Vlaamse gemeenten naar de Brusselse agglomeratie. Zo werden Laken, Neder-Over-Heembeek, Haren en Sint-Pieters-Woluwe in 1921 en Evere, Ganshoren en Sint-Agatha-Berchem in 1954 naar Brussel overgeheveld.
- Vlaanderen heeft met de uitbreiding van Brussel en met de toekenning van taalfaciliteiten in de zes rond Brussel zeer slechte ervaringen. Telkens leidde dit tot een versnelde verfransing. Tot op heden worden de taalwetten in Brussel niet correct toegepast. Niets laat vermoeden dat het met een nieuwe uitbreiding anders zou gaan.
- Vlaanderen, Wallonië en Brussel zijn deelstaten van een federaal land. Grenzen tussen deelstaten zijn als landsgrenzen. Het eenzijdig eisen van de annexatie van een stuk van een andere deelstaat is uiterst deloyaal en zet het bestaan zelf van de federatie op het spel. Het is ondenkbaar dat Vlaanderen een deel van zijun grondgebied kan afgeven. Het omgekeerde is trouwens evenzeer ondenkbaar.
- Het uitbreiden van Brussel zou bovendien niets oplossen. Het zou integendeel de hoop op nog meer uitbreidingen in de toekomst alleen maar voeden en de druk op de hele Vlaamse rand nog vergroten.
Vlaanderen kan best leven met anderstalige inwoners. Die inwoners moeten wel weten dat ze ervoor gekozen hebben in Vlaanderen te wonen, en dat het - zoals overal elders ter wereld - logisch is dat ze de taal van de streek eerbiedigen en aanleren. Dat is volgens ons niet teveel gevraagd. Wonen in Vlaanderen biedt ten slotte ook veel voordelen en kansen. Laat ons daarom vanuit de bestaande situatie werken aan integratie en samenleven. Want de tijd van annexaties is definitief voorbij.
Luc Deconinck - Voorzitter vzw ‘De Rand’